
Graag vestig ik de aandacht op een recent verschenen en buitengewoon interessant boek over Conscience: ‘Eene zoete ontroering van medelyden’. Sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans, van Marlou de Bont. Het is de zeer leesbare handelseditie van een doctoraalscriptie, die al in 2021 bekroond werd door de KANTL. Conscience wordt tegenwoordig als onleesbaar beschouwd, vanwege zijn emotionele personages en zijn gezwollen, pathetische schrijfstijl. Onafgezien van het feit dat sommige critici daarin nogal overdrijven, is dit ook vooral de literaire stijl van die tijd.
Precies dat is het onderwerp van dit boek: het sentimentalisme dat van in de achttiende eeuw tot diep in de negentiende eeuw de Europese literatuur beïnvloed heeft. Het is niet omdat hij onleesbaar was dat zijn oeuvre volledig in het Duits en het Frans vertaald werd en van daaruit zijn weg vond naar heel Europa, en naar Noord- en Zuid-Amerika. Marlou de Bont kijkt van uit het perspectief van het sentimentalisme naar het werk van Conscience. Sentimentalistische literatuur speelt met de wisselwerking tussen gevoel en verstand. Sense and sensibility, zoals bij Jan Austen. Gevoel als basis voor ethisch handelen, empathie. Conscience wil bij zijn lezerspubliek emoties opwekken vanuit morele doeleinden, hen een moreel kompas geven.
Een uitstekend voorbeeld daarvan is het eerste werk dat De Bont uitgebreid bespreekt: Wat eene moeder lyden kan. Het is de eerste Vlaamse roman waarin armoede zo schrijnend beschreven wordt. Maarten van Ginderachter noemde het recent nog denigrerend ‘poverty porn’. Maar het is niet alleen de armoedige situatie van het gezin dat beschreven wordt. Conscience besteedt vooral aandacht aan twee dames die aan liefdadigheid doen, en de redenen waarom, en wat ze daarbij voelen. Het is de bedoeling dat de rijkere burgers aangezet worden om de arme bevolking te ondersteunen. Daarom is dit kleine boekje ook rijkelijk geïllustreerd met 50 houtsneden.

Marlou de Bont gaat dieper in op het liefdadigheidsdenken, ook in internationale context en vergelijkt hoe tijdgenoten van Conscience met dit thema omgaan. Op dezelfde manier worden ook de andere romans aangepakt.
Maar er is meer. De zeven romans die besproken worden komen uit drie verschillende periodes van Consciences leven. Het zijn ook allemaal zedenromans, romans die zich afspelen in Consciences eigen tijdperk. De drie periodes krijgen ook allemaal een historische inleiding over de veranderende wereld van genootschappen, uitgeverijen en visies op literatuur in het negentiende eeuwse Vlaanderen.
De eerste romans die aan bod komen zijn Wat eene moeder lyden kan, Hoe men schilder wordt en Siska van Roosemael, geschreven tussen 1841 en 1844, meteen ook de drie romans waarmee Conscience via de Duitse vertaling het continent veroverde. De twee groep omvat de romans De geldduivel (1856) en De koopman van Antwerpen (1863), twee romans die zich afspelen in een burgerlijke context, maar toch zeer verschillend zijn. De eerste roman is veel melodramatischer door een centrale slechte figuur. Maar beide spelen zich af tegen de achtergrond van een kapitalistische zakenwereld, die door Conscience kritisch benaderd wordt. Tot slot komen de twee Roobeek romans aan bod, De oom van Felix Roobeek (1877) en De schat van Felix Roobeek (1878), een diptiek die sterk aanleunt bij de Bildungsroman en mij erg aan Charles Dickens doet denken.
Al deze romans worden degelijk ontleed, in hun context geplaatst. Er wordt gekeken naar de receptie, hoe recensenten in verschillende periodes naar de boeken keken. Daarom is Eene zoete ontroering van medelyden’. Sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans zo’n geweldig goed boek, dat de lezer kan aanzetten om deze boeken van Conscience te herlezen. En andere interessante romans van hem, ik denk aan Geld en adel, Moederliefde, Het ijzeren graf.
Het boek verscheen bij uitgeverij Garant (Antwerpen / Apeldoorn) en is 365 pagina’s dik.